Doel: 20% vrouwelijke hoogleraren in 2020

19 april 2010

Hoogleraar transplantatiebiologie Els Goulmy en FOM-directeur Wim van Saarloos hebben deze maand aan de Minister van Onderwijs, Cultuur & Wetenschappen een ambitieus programma voorgesteld dat de groei van het aantal vrouwen in de academische top aanzienlijk zal versnellen. Het doel is 20% vrouwelijke hoogleraren in Nederland in 2020, door jaarlijks dertig vrouwen een fellowship aan te bieden welke binnen 10 jaar leidt tot een hoogleraarschap. Van de instellingen die gebruik zouden maken van deze regeling wordt verwacht dat ze 20% van de vacatures invullen met een vrouw. Dit als tegenprestatie voor het kunnen aantrekken van talent door middel van de regeling. De kosten van het programma zijn 420 miljoen euro, uitgestrekt over 20 jaar. Meer vrouwelijke hoogleraren zouden goed zijn voor het werkklimaat op de werkvloer van de universiteit en rolmodellen bieden voor vrouwelijke studenten en promovendi.

 

Toch komt één vraag naar voren: waarom? Zou het kunnen zijn dat er een reden is dat er geen vrouwelijke hoogleraren zijn? Met het programma wordt gezocht naar de talenten, maar komen die talenten niet sowieso terecht bij de universiteit? Waarom hebben vrouwelijk studenten een vrouwelijk rolmodel nodig, moet hun carrière daar afhankelijk van zijn? In hoeverre is een rolmodel echt een rolmodel als die eigenlijk op haar functie is gekomen met positieve discriminatie en subsidiehulp?

 

Het is raar dat mensen op deze manier geholpen worden. Voor elke functie is een geschikt persoon te vinden. Als die persoon een man is, prima. Als die persoon een vrouw is, ook prima. Het is goed om vrouwelijke participatie op bepaalde manieren te ondersteunen. Bijvoorbeeld met regelingen voor deeltijdwerken, kinderopvang of regelingen met betrekking tot zwangerschapsperioden. Zeker in de komende bezuinigingsperiode, waar ook het onderwijs de dupe van kan worden. Laat die 420 miljoen de komende tijd geïnvesteerd worden in andere zaken, waarmee de kwaliteit van het onderwijs direct wordt verbeterd. Of toon aan dat meer vrouwelijke hoogleraren bijdraagt aan beter kwaliteit van onderwijs.

 

Waar ik bang voor ben is het beleid. Het scenario waar vrouwen aangenomen worden die eigenlijk net iets slechter zijn dan hun mannelijke medesollicitant. Waar het 20%-quotem gehaald moet worden, omdat anders de subsidie voor de instelling die meedoet aan de regeling verdwijnt. We gaan weer sturen op cijfers, in plaats van op inhoud en dat is zonde. Laat de beste winnen en niet degene die gesubsidieerd wordt.

 

Wat vind jij? Is het een goed idee om op deze manier vrouwelijke hoogleraren aan te trekken en tegen welke voorwaarden zouden universiteiten mee moeten doen aan die regeling?

 

(bron: fom.nl)