De World Expo 2010 in Shanghai

23 juli 2010

Een veelheid aan ervaringen rijker. Ik kende China nog niet, ook al was ik eerder in Hong Kong en Shanghai. Grote steden aan de kust. Havenplaatsen en een band met de wereld. Steden met oude wijken, grote flatwijken, hoge gebouwen en een Financial District. Steden met tegenstellingen in een land met tegenstellingen.

 

Wetend dat Shanghai een stad is met 17.000.000 inwoners en een oppervlakte van ongeveer 1/7 van Nederland (Provincie Utrecht), en één van de 10 dichtstbevolkte steden ter wereld, dan zal het niet verbazend zijn dat de EXPO een terrein beslaat van ongeveer 5 km2 en dat er bussen rijden en een speciale metrolijn is aangelegd. En over die metro is meer te doen. 4 jaar geleden waren er nog maar 3 metrolijnen, nu zijn het er 12 of 13. Het juiste aantal hebben we niet kunnen achterhalen. Het laatste jaar was er elke 4 maanden een nieuwe plattegrond.

 

World Expo 2010

De EXPO zien is een mooi iets. Grote algemene ruimten en straten, een strakke structuur en 200 paviljoens, waarin fors is geïnvesteerd door de deelnemende landen. Elk paviljoen anders, met een andere kijk op hoe het publiek kennis te laten maken met het land. Over publiek gesproken. 95-98% van de bezoekers zijn Chinezen en het gerucht gaat (het mag niet waar zijn) dat China in de EXPO meer geïnvesteerd heeft dan in de Olympische Spelen in Beijing (2008).

Alle paviljoens vertellen hun verhaal aan de Chinezen. Over de wereld. Over de samenwerking en over de mogelijkheden in en van de diverse landen. En China laat de landen zien wat China kan. Powerplay. Want de verschillen zijn nog groot.

 

Tegenstellingen 

Op nog geen 50 kilometer van Shanghai zie je een Nederlandse fabriek waar het helder en schoon is en de mensen overleggen met de werkgever en eten krijgen van diezelfde werkgever. Een paar kilometer verder zien we Chinese arbeiders in sobere omstandigheden werken aan kunststoffen, soms zonder de gewenste bescherming en zien we lakken en kunststoffen via een trappetje de rivier inlopen.

 

Ook Shanghai zelf kent naast de 'fake market' sinds kort ook een aantal 'fake walls'. Om die plekken en huizen die de regering niet zichtbaar wilde laten zijn voor de gasten is gewoon een muur neergezet. En die handeling is gelukkig ook 'fake' want je kunt nog veel zien van de oude Engelse en Franse wijken en de Chinese wijken met zijn winkeltjes en kraampjes die om 05.30 al open gaan en het echte Chinese leven etaleren. En dat naast de gerenoveerde Franse wijk vol met restaurantjes en galerieën en de grote winkelstraten waar je de bekende merken tegenkomst tot met de Media Markt en Häagen Dasz.

 

Het eten is goed in Shanghai, want je hebt de keuze uit menu's van 8 tot 200 euro per persoon en eten uit elke keuken. De drank is er ook divers aanwezig. Van een kopje thee in de wijk voor 18 cent tot een cappuccino van 20 euro op de 84e verdieping van het nu nog hoogste gebouw in Shanghai (101 verdiepingen): the World Financial Centre.

 

Er zijn autoshowrooms van de meest dure merken, maar parkeergarages zie je niet. De chinees loopt, gebruikt de elektrische (verplicht) brommer (vaak omgebouwd) of komt het met openbaar vervoer. Een auto is te duur. En als je al een dure grote auto hebt, dan heb je ook een chauffeur. En parkeren kan verder op straat. De rest van de (tijdelijke) bewoners vindt zijn weg veelal door gebruik te maken van de vele duizenden taxi's.

 

Terug naar de Expo

Een schitterende belevenis. Maar niet voor iedereen. Het Chinese paviljoen is niet te bezoeken of je moet minimaal groot industrieel zijn, in een regering zitten, in een landen- of stedenvertegenwoordiging zitten of gewoon veel mazzel, lef of geluk hebben. Er staan 's-morgens vroeg duizenden chinezen in de rij waarvan een aantal honderdtallen tussen de VIP's door worden toegelaten. Bij veel paviljoens zijn wachtrijen van 3 tot 6 uur om binnen te komen. Je voelt je al belangrijk als je in ieder geval voor 8 paviljoens een 'easy access' hebt kunnen regelen (wat het geval was voor de deelnemers van onze reis)!

 

En dan is het goed toeven met een groep gasten op die EXPO. In een tweetal dagen ongeveer 10 paviljoens zien en een aantal bijeenkomsten en diner/lunch in de VIP-room van het Nederlandse Paviljoen 'Happy Street'. Ontworpen door John Kormeling. Een apart geheel, doch doeltreffend. Goed voor de doorstroom, veel te zien en voor veel Chinezen een rustplek vanwege de schaduw onder het paviljoen, een (kunst) grasveld en zitschapen.

 

Shanghai, de moeite waard en een mooie combi. China in opmars met deze Wereldtentoonstelling en een stad van 17.000.000 mensen met een grote diversiteit. Een mooie trip in een bijzondere tijd.

 

En weggaan kan ook snel. Tussen Shanghai en Pudong airport rijdt de Maglev trein. Een magneettrein die je met een snelheid van maximaal 431 km per uur naar het vliegveld brengt in 8 minuten, alwaar je wordt opgewacht door Chinese militairen die om de 100 meter op het perron staan en trots salueren als de Maglev het station binnenrijdt.....

 

Hans Topée