De bureaustoel, van toen tot nu

02 oktober 2013

Uit onderzoek is gebleken dat door toenemende automatisering en digitalisering het werk dat we doen steeds bewegingsarmer wordt. Circa 3,2 miljoen Nederlanders verrichtten uitsluitend zittend werk. Ervan uitgaande dat we gemiddeld 30,6 uur per week werken, brengen wij zo’n kleine 1.377 uur per jaar op een bureaustoel door (bron: OESO). Reden genoeg om eens uit te zoeken hoe deze stoel voor zittend werk is ontstaan.

 

1840-1900

De historie van de bureaustoel gaat (volgens de legende) terug naar het jaar 1840. Charles Darwin besloot onder zijn werkstoel wielen te monteren om zo zijn productiviteit te verhogen.

 

Midden 19e eeuw met de opkomst van de industriële revolutie groeide ook het besef van kantooromgevingen. Om administratieve werkzaamheden te versnellen werd een speciale stoel ontwikkeld: de bureaustoel. Eén van de eerste echte bureaustoelen was de Centripetal Spring Chair van Thomas Warren uit 1849.  Gebaseerd op de constructie van treinzitbanken, had deze stoel acht metalen strips onder de zitting, die verbonden werden met één verticale bout. De bureaustoel werd op de Wereldtentoonstelling van 1851 in Londen gepresenteerd, maar door zijn te luxe voorkomen sloeg deze niet aan bij het grote publiek.

 

Door de groeiende diversiteit aan beroepen, zoals kleermakers, dokters en tandartsen, ontwikkelde de ‘werkstoel’. Het was de kappersstoel die er rond 1890 voor zorgde dat de stoel waarmee men werkte verhoogd en verlaagd kon worden, kon kiepen en draaien.

 

1900-1930

In 1904 ontwierp architect Frank Lloyd Wright een bureaustoel voor het Larkin kantoorgebouw. Eén ontwerp voor de dames (driepoot stoel) en één ontwerp voor de heren (vierpoot stoel): de werkzaamheden van de twee seksen waren immers anders.

Architectonisch zeer verantwoord, maar in gebruik liet de stoel een hoop te wensen over. De bureaustoel voor de dames kantelde door de driepoot met het lichaam mee naar voren. Valpartijen volgden en het duurde niet lang voordat deze stoel de bijnaam ‘suïcide chair’ kreeg.

Zoals architecten wel vaker stug volhouden, bleef Wright beweren dat de stoel een correcte zithouding forceerde en er niets mis was met het ontwerp.

De driepoot bureaustoel van Frank Lloyd Wright werd geen succes.

 

In de jaren ’20 werd geconcludeerd dat comfortabel zittend werken gelijk stond aan afnemende productiviteit, ziekte en luiheid. De firma Tan-Sad ontwikkelde de ‘Do-More Chair’, om de productiviteit te verhogen.

 

1930-1980

Een lange periode daaropvolgend was ‘goed zitten’ ondergeschikt aan esthetiek. Het was George Nelson (Herman Miller) die in 1958 met de MAA chair kwam: een ergonomische bureaustoel met flexibele en afzonderlijke verstelbare zitting en rugleuning. 

De kijk op zittend werken veranderde in de jaren ’80 en ‘90, naarmate de kennis op het gebied van ergonomie toenam en het kantoorgerelateerd werk groeide.

In 1976 bracht ontwerper William Stumpf (Herman Miller) de Ergon Chair uit. Een revolutionaire bureaustoel die gebruik maakte van vormschuim en zo het lichaam ondersteunde. Voor het eerst werd er ook nagedacht over het gebruiksgemak van de bureaustoel.

 

1980-2000

Peter Opsvik (bekend van de Tripp-Trapp kinderstoel) kwam in 1984 met de Hag Capisco. Geïnspireerd op de dynamische houding van ruiters, nodigde de stoel uit om verschillende actieve zithoudingen aan te nemen en te bewegen.

Dat geen mens hetzelfde is, belichaamde de Aeron Chair van William Stumpf en Donald Chadwick (Herman Miller) in 1994. De (nog steeds) populaire bureaustoel werd verkocht in drie standaardmaten en had als één van de eerste bureaustoelen een lendensteun.

 

Sindsdien zijn vele ergonomische bureaustoelen de revue gepasseerd, de ene nog ‘vernieuwender’ dan de ander. Hoe lang blijven we op zoek naar vernieuwingen? Zoveel zijn onze werkzaamheden niet veranderd in de loop der jaren. We werken nog steeds achter een bureau met een typmachine. Wel is onze kennis veranderd en gegroeid. Met deze kennis hebben we talloze normeringen bedacht waar aan een bureaustoel moet voldoen, gebaseerd op de gemiddelde mens. Gek genoeg is niemand hetzelfde of gemiddeld.

Het selecteren van een passende bureaustoel hangt dan ook samen met verschillende variërende factoren: juiste zithouding, goede stoelinstellingen, hoogte van de werktafel, kijkafstand en type werkzaamheden. Maar kunnen we stiekem niet net zo goed op een gewone stoel werken? Mits we uiteraard een goede zithouding aannemen en af en toe eens opstaan en bewegen.

 

Uiteindelijk is de stoel waarop we dagelijks 7 uur doorbrengen niets meer dan een ondersteunend hulpmiddel, zoals Charles Darwin het in 1840 bedoeld heeft.

 

(Afbeelding tijdlijn stoelen: newDirections)

(Bronnen: www.slate.com, “A Taxonomy of Office Chairs”, Jonathan Olivares)